contact
MyEtwie
Gemeente

Wevelgem

Google Maps laden ...

Wevelgem - met deelgemeenten Gullegem en Moorsele - wordt vooral geassocieerd met het rijke vlasverleden. Er werd al vanaf de 16de eeuw intens vlas geteelt en verwerkt. Toen was er nog een rootverbod van kracht in de Leie. Na de Franse Revolutie werd dit verbod afgeschaft en begon het intensieve roten op de Leie. Het zwingelen en verder weven van vlas tot linnen werd de belangrijkste huisnijverheid.

Rond 1800 leek het er even op dat de traditionele linnennijverheid voor het katoenweven zou moeten zwichten. Louis Gustave Delecroix was waarschijnlijk de eerste textielfabrikant in Wevelgem. Hij richtte zich op de katoenweverij en later ook katoenspinnerij. Het katoen werd voornamelijk verkocht aan de Gentse katoendrukkerijen, niet verwonderlijk gezien de familiebanden die Delecroix via zijn vrouw met de Gentse industriƫlen had. Omdat katoen weven ietwat beter betaalde dan linnen, schakelden velen in de huisnijverheid over. In 1810 was er een eerste textielcrisis, waarbij Delecroix overkop ging. Veel katoenwevers schakelden weer over op linnen, maar daarvan was de prijs gedaald en de vraag sterk afgenomen. De fabriek werd een jaar later weer opgestart, maar ging in 1818 opnieuw failliet.

Rond 1850 werd resoluut ingezet op vlasvezelbereiding en mechanisatie. In 1867 ontwikkelden de broers en werktuigkundigen Constant en Jozef Vansteenkiste de eerste stoomzwingelarij in de gemeente. De stoomturbine van de zwingelarij zou later ook een dynamo aandrijven. De opgewekte elektriciteit werd gebruikt om enkele straten te verlichten. Ze experimenteerden ook met het warmwaterroten en bouwden de eerste kunstmatige warmroterij rond 1911. Het inwonersaantal van de gemeente evolueerde mee met het succes van de vlasnijverheid. Wevelgem was een belangrijk centrum voor de koop en verkoop van vlasvezels. De vlasmarkt werd bijna dagelijks gehouden. Hiervan getuigt het onroerend erfgoed in de gemeente nog sterk: overal zie je de typische woningen van vlaskoopmannen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef de vlasnijverheid overeid. Op de grens tussen Wevelgem en Bissegem legden de Duitsers in 1916 een vliegveld aan. Dit werd een vliegschool van de Belgische Krijgsmacht na de oorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het gebruikt door zowel de Duitse als de Geallieerde luchtmachten. Nadien werd het opnieuw eigendom van de Belgische luchtmacht.

Na WO II verloor de werkgelegenheid in de vlasnijverheid eerst langzaam, maar steeds sneller aan terrein door de toenemende mechanisering en buitenlandse concurrentie van goedkoop vlas. Vandaag is er grotendeels overgeschakeld op andere industrietakken, al zijn nog enkele vlasbedrijven actief.

Verwante gemeentes

Google Maps laden ...