contact
MyEtwie
In de kijker

Industrieel erfgoed boeit jong en oud

Gepubliceerd op 07/09/2015

Het industrieel erfgoed in Vlaanderen heeft een belangrijk toeristisch, recreatief en educatief potentieel, en kan rekenen op de interesse van een gevarieerd doelpubliek. De gangbare perceptie dat enkel ouderen geïnteresseerd zijn in oude fabrieken, machines en technieken, strookt niet met de realiteit. Dat blijkt uit een nieuw rapport dat vandaag wordt voorgesteld op een internationaal congres in Rijsel. Zondag staat dit erfgoed overigens extra in de kijker op Open Monumentendag. Zowat 120 monumenten en activiteiten staan dan in het teken van het Europese thema ‘industrieel en technisch erfgoed’.

Over de interesse in en het draagvlak voor industrieel erfgoed in Vlaanderen was tot op heden nog maar weinig onderzoek gedaan. Er bestaan evenwel heel wat (onterechte) vooroordelen tegenover dit erfgoed. ETWIE, het expertisecentrum voor het erfgoed van techniek, wetenschap en industrie, en FARO, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed, hielden deze vooroordelen voor het eerst tegen het licht aan de hand van een recent bevolkingsonderzoek, aangevuld met gegevens uit buitenlandse studies.

Een overzicht van de opmerkelijkste resultaten:

1) De interesse voor industrieel erfgoed is te vergelijken met de interesse in ander erfgoed.
2) Het thema spreekt meer mannen aan dan vrouwen, maar het zijn niet noodzakelijk oudere mannen die geïnteresseerd zijn, integendeel.
3) Waarom bezoeken mensen industrieel erfgoed? In de eerste plaats omdat individuen een sterke persoonlijke interesse hebben in het onderwerp, dergelijke uitstap associëren met een ‘leuke daguitstap’ en industrieel erfgoed gelijkstellen aan ‘iets moois’. Het motief om meer te weten te komen over het verleden speelt ten slotte ook een belangrijke rol.
4) Mensen die (sterk) geïnteresseerd zijn, gaan niet noodzakelijk veel deelnemen aan evenementen rond industrieel erfgoed ('veel’ = 3 bezoeken of meer per jaar). Er bestaat dus een groot verschil tussen het discours van de respondenten en de feitelijke participatie.
5) Welke obstakels zijn er voor zij die geïnteresseerd en niet-geïnteresseerd zijn? Opmerkelijk is dat de respondenten aangeven dat het aanbod voldoende interessant is om deel te nemen en dat dat dus zeker geen obstakel is. Te weinig tijd (in 50 procent van de gevallen) en te hoge inkomgelden (35 tot 40 procent) worden als de belangrijkste belemmeringen ervaren.

"In ons onderzoek kwamen we tot de conclusie dat er in de toekomst meer werk kan worden gemaakt om de latente interesse die leeft bij geïnteresseerden in erfgoed, meer om te zetten in concrete participatie, door bijvoorbeeld nog meer in te spelen op de emotie en beleving bij de bezoekers," besluit Joeri Januarius, coördinator van ETWIE. "Het is dus essentieel dat er verder geïnvesteerd wordt in musea, sites en organisaties die ons industrieel erfgoed in de kijker zetten, onder meer door het financieel ondersteunen van initiatieven om aan te sluiten bij de verwachtingen van het publiek."

Download het volledige rapport (pdf), dat vandaag wordt voorgesteld op het driejaarlijks congres van TICCIH, The International Committee for the Conservation of the Industrial Heritage. Meer info over het bevolkingsonderzoek van FARO is te vinden op www.faronet.be/prisma.

Voor de pers

Download het persbericht (pdf).
Hieronder vind je ook enkele rechtenvrije afbeeldingen (hoge resolutie):
- foto 1: jong en oud ontdekken de relicten van de textielindustrie (Ronse)
- foto 2: kleuters leren de werking van een watermolen kennen (Pedemolen, Sint-Gertrudis-Pede)
- foto 3: jongeren feesten in een herbestemde brouwerij (De Hoorn, Leuven)
- foto 4: kinderen maken kennis met de productie van chocolade (Chocolate Village, Koekelberg)
- foto 5: musea investeren in moderne technologie om een jonger publiek aan te spreken (La Fonderie, Brussel)