contact
MyEtwie
In de kijker

Te land, ter zee en in de lucht: verslag VNODIA 2014

Gepubliceerd op 18/11/2014
Categorie

Op 15 november stond het mobiele erfgoed centraal op VNODIA, de jaarlijkse Vlaams-Nederlandse Ontmoetingsdag voor Industriële Archeologie. De bijeenkomst vond plaats in de gebouwen van het Maritiem Museum in Rotterdam, toepasselijk gelegen in de oudste gegraven haven van de stad.

Mensen, grondstoffen en producten verplaatsen zich vandaag gemakkelijker, verder en sneller dan ooit tevoren. Op, historisch gezien, korte termijn ontwikkelden de transportmogelijkheden zich enorm. Via trein, schip en later het vliegtuig ontstonden ongeziene mogelijkheden voor massatransport van goederen en personen. De fiets en de auto brachten dan weer grotere persoonlijke vrijheid. Busdiensten en tramnetwerken ontsloten de regio’s verder. Dit bracht ook vrij specifieke infrastructuur zoals havens, spoornetwerken, snelwegen en vliegvelden met zich mee. Het mobiel erfgoed is de stille getuige van al deze ontwikkelingen, dat maar al te vaak verdween of vergeten en geminimaliseerd werd.

Doorheen de dag deelden verscheidene Vlaamse en Nederlandse sprekers hun passie voor een specifiek soort mobiel erfgoed met de aanwezigen. Klaas Krijnen beet de spits af en toonde ons in vogelvlucht de restauratie, herinrichting en toeristische ontsluiting van de SS Rotterdam, het grootste in Nederland gebouwde schip. Van bijzonder groot naar bescheiden klein erfgoed: de fiets. Kaspar Hanenbergh (ter vervanging van Otto Beaujon) belichtte de Nederlandse fietscultuur en de evolutie van de fiets. Hij baseerde zich hiervoor op zijn publicatie ‘Ons stalen ros, een geschiedenis van de Nederlandse fiets’. De toegankelijkheid voor het grote publiek is een van de grote troeven van het fietsenerfgoed. Rust roest, om de collectie mobiel te houden worden er op gezette tijdstippen ritten georganiseerd met de historische fietsen, zelfs met de hoge bi’s.

Ivan Mahy, één van de belangrijkste automobielexperts, wist het publiek mee te slepen met een nostalgische terugblik op het ontstaan van de beroemde en ongeëvenaarde autocollectie van de familie Mahy, die nu te zien is in Autoworld en Mahymobiles. Vader Ghislain Mahy was een gepassioneerd oldtimerverzamelaar, toen oude wagens nog als waardeloos bestempeld werden en voor de prijs van oud ijzer graag van de hand werden gedaan. De presentatie liet vooral zien hoe de inspanningen van één persoon een aanzienlijk deel van het automobielerfgoed gered heeft van de sloop. Bijzonder amusant waren de vele vakantiekiekjes waarbij de familie Mahy op reis vertrok met de auto, en terugkwam met één of meerdere oldtimers op sleeptouw. Hij beklemtoonde ook dat de kennis om deze oldtimers te herstellen en draaiende te houden erg bedreigd is. Jongeren leren het niet en enkel een handjevol oude rotten in het vak bezitten nog de vereiste kennis en ervaring.

Marin Menu, collectiebeheerder van het Karrenmuseum Essen, bleef bij het rollend mobiel erfgoed en sprak over het onderzoeksproject ‘Inventarisatie en typologering van historische bespannen voertuigen’. Binnen dit project werden nagenoeg alle nog bewaarde bespannen landbouwvoertuigen in Vlaanderen opgespoord en geïnventariseerd. Toen vastgesteld werd dat er op verschillende plaatsen verschillende benamingen circuleerden, werd in samenwerking met alle betrokkenen een eenvormige typologie uitgewerkt. In totaal werden zo’n 350 karren geregistreerd, goed voor zo’n 90.000 gegevens (zoals afmeting, kenmerken, opschriften etc.). Deze gegevens worden ontsloten op de website van het museum. Hier vind je ook de resultaten van een onderzoek ‘Verfsporen’ naar o.a. de gebruikte kleurencombinaties waarin de historische bespannen landbouwvoertuigen in Vlaanderen ooit geverfd waren. Ten slotte vermeldde Marin ook het nieuwe project ‘De Vlaamse middenstand met kar en wagen door het land’, waarbij een gelijkaardige inventarisatie van handels- en dienstvoertuigen (karren) beoogd wordt. Als één van de partners in het project zal ETWIE onder meer meewerken aan de ontsluiting van de resultaten.

Herman Neukermans, invallend voor Cynrick De Decker, loodste de aanwezigen door de meest bijzondere toestellen in de collectie van het Brussels Air Museum. Helmig Kleerebezem stelde een groot aantal van de beschermde, gerestaureerde of helaas verdwenen kranen in Nederland voor, alsook het kranenproject. Hij werd gevolgd door Paul van Schoors die een stand van zaken gaf over de collectie historische havenkranen van het MAS in Antwerpen, enige toelichting over de aanpak van de restauratie en de voorlopige plannen voor de toekomst. Johan van Achte stelde de werking van de Vlaamse Vereniging tot Behoud van Historische Vaartuigen (V.V.B.H.V.) voor. Deze vereniging van eigenaars van historische vaartuigen neemt deel aan evenementen rond varend erfgoed, creëert ligplaatsen in historisch kader en geeft kennis over restauratie en onderhoud van historische vaartuigen aan elkaar door. Ook worden oude vaar- en scheepstechnieken aangeleerd. Om met het varend erfgoed af te sluiten presenteerde door dr. Roland Van Cleempoel over het Museum Rijn- en Binnenvaart. Hij besprak de totstandkoming van de museumvloot, de verzameling van de collectie (o.a. een zeer uitgebreide fotografisch materiaal) en de huidige uitdagingen van het museum.

Adriaan Linters sloot de dag af met de lancering voor Vlaanderen en Nederland van ‘2015: Europees Jaar van het Industrieel en Technisch Erfgoed’.

In 2015 vindt VNODIA plaats op 6 juni in Antwerpen, met als thema ‘Industrieel Erfgoed Internationaal: (on)macht van vrijwilligers en verenigingen’.