contact
MyEtwie
In de kijker

Vijf motorjachten beschermd als varend erfgoed

Gepubliceerd op 02/12/2013
Categorie

Vlaams minister Geert Bourgeois heeft de voorlopige bescherming ondertekend van vijf motorjachten: de Allegonda, de Napoleon, de Alice, de Gentiana en de Elektra. De schepen - voornamelijk van het type 'bakdekkruisers' - zijn vrijwel steeds als uniek stuk gebouwd en dienden meestal als statussymbool voor vooraanstaande families of bedrijven. Deze selectie geeft een goed overzicht van de productie van motorjachten van het begin van de 20ste eeuw tot in de jaren 1960. In principe volgt binnen het jaar de definitieve bescherming van dit varend erfgoed.

“Recent werd het Varend Erfgoeddecreet nog aangepast en uitgebreid,” aldus minister Bourgeois. “Zo zullen voortaan niet alleen restauratiepremies op basis van een beheersplan, maar ook onderhoudspremies mogelijk zijn voor de kleine onderhoudswerkzaamheden aan beschermd varend erfgoed.”

Het moderne motorjacht ontstond aan het begin van de 20ste eeuw met de opkomst van de dieselmotor. Dit maakte het mogelijk om kleinere schepen aan te drijven met een motor. De eerste motorjachten waren bijzonder aangezien ze vrijwel steeds als uniek stuk gebouwd werden voor een notabele, werden ze rijkelijk aangekleed en dienden ze als statussymbool. Deze schepen hadden vaak een vernuftig en sierlijk interieur. Na de Tweede Wereldoorlog werd geleidelijk aan overgeschakeld op seriebouw van motorjachten. Motorjachten waren een internationaal fenomeen. Over de jaren zijn veel buitenlandse motorjachten in onze regio terecht gekomen.

De motorjachten die als varend erfgoed ter bescherming worden voorgesteld zijn voornamelijk bakdekkruisers. De bakdekkruiser is een vroeg type uit de geschiedenis van de motorpleziervaart en kent veel variaties voornamelijk bepaald door de opbouw van het schip. Bakdekkruisers zijn onder andere herkenbaar aan het verhoogde voordek met enkele patrijspoorten waaronder een beschutte ruimte de eigenaar en zijn passagiers meer comfort moest bieden. Deze ruimte bestaat in de meeste gevallen uit een woongedeelte of salon.

De Allegonda werd in 1911 in Amsterdam gebouwd op de werf De Amstel. Sinds de bouw van het vaartuig zijn enkele aanpassingen gedaan. Het vooronder was oorspronkelijk bestemd voor het personeel en uiterst sober aangekleed. In deze ruimte zijn vandaag een bed, twee langsbanken en kasten te vinden. Het authentieke salon is samen met de ranke lijn de grootste troef van dit schip.

De Napoleon werd gebouwd op de scheepswerf Van Praet-Dansaert in Baasrode als directieschip en familiejacht voor de familie Van Praet. Het schip werd gebruikt om tochtjes te maken op de binnenwateren van Vlaanderen. Het schip werd in 1995 gerestaureerd om er na restauraties rondvaarten mee te organiseren in de Antwerpse haven. De Napoleon is een prachtig voorbeeld van een directieschip uit de jaren 1920. Het schip fungeerde als een visitekaartje van de scheepswerf Van Praet-Dansaert.

De Alice was oorspronkelijk geconcipieerd om de Congolese rivieren te bevaren. Het schip zou met een stoommachine worden uitgerust. De Alice werd evenwel nooit afgewerkt voor Congo, in 1932 werd het afgewerkt als luxejacht voor een Antwerps particulier. In de plaats van een stoommachine kreeg de Alice een extra hut achteraan. Er werd centraal een dieselmotor geïnstalleerd. Tussen 2001 en 2007 werd de Alice in verscheidene fasen gerestaureerd en gemoderniseerd. Stuurhut, motor en elektriciteit werden vernieuwd. De Alice is een zeldzaam voorbeeld van een stalen bakdekkruiser uit het interbellum.

De Gentiana werd gebouwd op de werf Thornycroft in 1955. Het schip werd ontworpen door John Thornycroft voor een belangrijke klant van de werf en werd uitgerust met twee motoren van Thornycroft. De Gentiana is ontworpen met de meest geavanceerde technieken van die tijd en voor het ontwerp werd inspiratie gevonden bij de schepen die voor de Engelse Navy gebouwd werden.

De Elektra werd in 1964 op de werf Van de Voorde op de Antwerpse linkeroever gebouwd. De Elektra werd ontworpen door Edgard De Graef. Mogelijk probeerde Van de Voorde een nieuwe markt aan te boren met dit type schepen. Van de Voorde was immers van origine een scheepsbouwer voor de professionele binnenvaart. Met de Elektra hoopte de werf de Nederlandse bouwers van plezierjachten te kunnen beconcurreren. De betimmering van het schip werd uitgevoerd door Meert in Boom.