Stoffen met verhalen. Een meester-leerlingtraject rond klassiek stofferen met een nieuwe twist
- verhaal
In 2024 gingen maar liefst 23 meesters en hun leerlingen samen aan de slag. Zij kregen een beurs voor het doorgeven van hun vakmanschap in een meester-leerlingtraject. ETWIE begeleidde zeven van deze trajecten in de opmaak van hun aanvraagdossier.
We zijn benieuwd hoe deze trajecten zich nu ontvouwen, welke uitdagingen de leerlingen en meesters tegenkomen en wat hen motiveert om met toewijding aan hun ambacht te werken. De komende twee jaar lopen we langs in de zeven ateliers.
Een bibliotheek, maar niet met boeken. Vreemd, niet? Niet voor Christine Hermans en Julie Van Elslande. Dagelijks putten zij uit hun stoffenbibliotheek voor het stofferen en herstofferen van stoelen, voetenbankjes en andere meubels.
Dit meester-leerlingtraject geeft het vakmanschap van klassiek stofferen door, maar met een vernieuwende en duurzame insteek. De meester, Christine Hermans is opgeleid als binnenhuisarchitecte. Al snel merkte ze dat ze niet alleen achter een scherm wilde zitten en tekeningen maken. Ze wilde met haar handen werken en haar creativiteit op die manier de vrije loop laten. Tijdens haar zoektocht ontmoette ze in Antwerpen een 80-jarige stoffeerder die haar de kneepjes van het vak leerde. Helaas overleed de man niet veel later, maar het zaadje was geplant.
Stofferen is voor Christine meer dan louter het opnieuw in werking stellen van meubels. Voor haar is het beeldhouwkunst; ze transformeert een karkas tot een comfortabel én esthetisch stuk. Zo vertelt Christine dat, toen zij begon, het stofferen een mannenberoep was, dat vooral draaide rond kracht en functionaliteit. Julie, de leerling in het traject, vult aan: “vooraleer het een mannenberoep werd, was dit vakmanschap veel ruimer verspreid binnen gemeenschappen. Zoals je nog steeds vrouwen hebt die zelf kledij maken, had je toen vrouwen die hun eigen stoelen repareerden of stoffeerden”.
Julie is juriste in de culturele sector en leerde het stofferen kennen door haar liefde voor brocante. Bij het afschuimen van rommelmarkten kocht ze al eens een stoel en op een dag besloot ze dat ze die zelf eens zou ontdoen van hun stoffering. Wat ze tegenkwam, vond ze fascinerend. Ze besloot om in Brussel de opleiding klassiek stofferen te volgen aan het Institut des Arts et Métiers.
Toen Julie in de opleiding voorstelde om stoffen te gebruiken die ze op haar zolder had, werd dat als ‘not done’ beschouwd. De rode draad van het meester-leerlingtraject is dan ook niet voor niets ‘hergebruik’. Stoffen die je koopt, hebben een test ondergaan die de sterkte en de stevigheid meet: de Martindale test. Deze normering is internationaal erkend en gaat na hoe snel een stof slijt wanneer er een zekere druk op uitgeoefend wordt. Vanzelfsprekend belangrijk voor een stoel of ander zitmeubel dat dagelijks heel wat wrijving ondergaat. Stoffeerders durven nog maar al te vaak niet buiten deze lijnen treden, vertelt Julie.
Maar Christine is na meer dan dertig jaar in het vak enorm ervaren in het aanvoelen van deze stoffen: welke zijn stevig genoeg om te gebruiken? Ze heeft in al die jaren een prachtige stoffenbibliotheek opgebouwd waar ze dagelijks uit put. Het hergebruik van stoffen laat Christine en Julie bovendien toe om creatief te zijn. Soms is een stof ouderwets, maar kan die met een paar felle en speelse naaisels opgefleurd worden. Minder stevige stoffen kunnen dienen als een bijzondere en unieke onderkant.
Een ander hergebruik waar meester en leerling naar streven is dat van de binnenkant van de stoel of zetel. De klassieke vulling van vroeger is natuurlijk: stro, gras, paardenhaar. Dat kan je eindeloos hergebruiken zonder dat het erg verslijt. Vandaag wordt veelal mousse gebruikt. Dat werkt veel sneller, maar is een minder duurzaam. Zo’n vulling gaat zo’n 30 jaar mee en verpulvert snel. “Het grote verschil zit ook in het vakmanschap dat het vraagt”, vertelt Christine. Julie vult aan: “met mousse heb je snel gedaan: je snijdt het op maat, lijmt het vast. Met natuurlijke vulling, jute en naald en draad kan je klassiek stofferen maar dat vraagt veel meer tijd en vaardigheden. Een degelijk, klassiek gestoffeerd stuk biedt makkelijk 50 jaar comfort. De binnenkant kan dan nog steeds gerestaureerd of hergebruikt worden voor andere stukken.”
Dat experiment en het leren aanvoelen van stoffen en van technieken een groot deel uitmaken van het traject is duidelijk. Ze blijven echter niet alleen in hun eigen atelier maar betrekken ook andere ambachten. Zo hebben ze met Tournevie, een ecologische bibliotheek voor gereedschap en houtdraaiatelier, een samenwerking lopen omtrent het gebruik van houtdraairesten als mogelijk vulling voor stoelen en banken. Een andere samenwerking is een project met de KBR rond het herstofferen van prachtige stoelen uit de leeszaal.
Na een paar maanden in dit traject voelt Julie al een heel verschil: “ik voel dat de precisie in het werk veel meer vanzelf komt. Nu kan ik draden recht houden om vormen te krijgen, zonder te kijken.” Julie maakt enorme sprongen, springt ook Christine bij. Zelf durft Christine ook veel, probeert ze vanalles uit met allerlei soorten materialen en dat helpt wel in de zoektocht naar nieuwigheden in de techniek en de toepassing ervan. Oefening baart kunst!
“Mijn droom? Dat wat hier gebeurt, mensen kan inspireren om comfort duurzamer te benaderen, zowel wat betreft materialen als technieken. Dat we binnen onze samenwerking met de KBR na de zomer een dialoog omtrent die duurzaamheid kunnen creëren met een breder publiek. Dat onze modulaire stoelkussens op een dag een plekje kunnen krijgen in het interieur van mensen”. Zo sluit Julie ons interview op een regenachtige dag af.
Julie en Christine werken elke donderdag en vrijdag in het atelier in Sint-Joost-ten-Node. Als je graag meer informatie wil, mag je hen mailen op julievanelslande@gmail.com en christine.hermans@icloud.com.
"De stoffen hebben allemaal iets te vertellen. Ze wachten alleen om weer gebruikt te worden." (Christine Hermans, meester in dit traject)
Locaties
Verwante gemeentes