contact
MyEtwie
In de kijker

Asbest in 1900

Gepubliceerd op 11/02/2021
Categorie
Foto: Zicht op de fabriekshal in Auvelais, bron: Industries du caoutchouc et de l'amiante, p. 218

In het kader van ons huidige project rond asbest en erfgoed delen we regelmatig verhalen die dieper ingaan op vergeten of onderbelichte aspecten van het asbesterfgoed in ons land. We starten met een terugblik op een periode waarin de kijk op asbest nog helemaal anders was.

Dat asbest zeer schadelijk is voor de gezondheid en de leefomgeving staat vandaag niet langer ter discussie. Maar in 1900, wanneer de asbestverwerkende industrie in ons land uit de startblokken schiet, worden voornamelijk de goede eigenschappen van het mineraal in de verf gezet. Een mooie bron die een interessant tijdsbeeld schetst over deze zich ontwikkelende sector is de reeks Monographies industrielles - aperçu économique, technologique et commercial van het voormalige Ministerie van Industrie en Arbeid. In 1907 verschijnt in die reeks een lijvige studie over de rubber- en asbestindustrie in ons land.

Asbest als mineraal kent een lange voorgeschiedenis. Het is pas in de 19e eeuw, met de toenemende industrialisering in Europa, dat het mineraal ook meer en meer zijn weg vindt naar verschillende productiesectoren. Hoewel er vroegmoderne traktaten beweren dat er in de Lage Landen een asbestmijn was, lezen we in recent onderzoek dat ons land enkel een belangrijke verwerker is geweest van asbest. Canada was de belangrijkste leverancier, gevolgd door Siberië en de Kaapkolonie. Zowel het ruwe mineraal als de asbestvezels werden geïmporteerd. De kwaliteit en de prijs werden vooral bepaald door het gemak waarmee het mineraal met andere grondstoffen kon worden verwerkt in allerlei toepassingen.

Foto: Cover van de asbeststudie uit 1907

De publicatie van het ministerie rapporteert over de twee belangrijkste sectoren waarin asbest veelvuldig werd gebruikt: de textiel- en papierindustrie. Op de asbestbroyeur na is het productieproces voor asbestproducten grotendeels gelijklopend met dat van 'gewone' producten (zoals textiel dat wordt geweven of gesponnen en karton dat wordt geproduceerd). De bouwtoepassingen zijn in die periode nog marginaal, buiten het gebruik van asbest om cement te verstevigen.

Foto: Links zien we een asbestbroyeur, voor het fijnmalen van asbest. Bron: Industries du caoutchouc et de l'amiante, p. 208

Asbest wordt geprezen om verschillende redenen. Het versterkt afdichtingen of pakkingen (bijvoorbeeld aan stoommachines), beschikt over uitstekende isolerende kwaliteiten (bijvoorbeeld in matrassen) en is vuur- en hittebestendig (bijvoorbeeld in handschoenen of onderleggers).

Rond 1900 zijn er al een beperkt aantal fabrieken die asbest verwerken op kleine schaal: A. Charlier in Leuven (dichtingen), Colonial Rubber in Gent (dichtingen), A. Herzet in Luik (dichtingen), Société Anonyme des feutres et amiantes d'Auvelais in Auvelais (textiel) en R. Parmentier in Manage (dichtingen). De Manufacture belge d'Amiante et de caoutchouc in Deurne (1904-1905) wordt omschreven als de eerste fabriek die zich toelegt op de productie van alle mogelijke asbestproducten.

Over de risico's die verbonden zijn aan het werken met asbest lezen we in de publicatie van het Ministerie van Industrie en Arbeid echter nog niets.

Hoe de beeldvorming over asbest en de sector zelf verder evolueert wordt in een volgend artikel behandeld!