Hoedje af! Een meester-leerlingtraject rond het hoedenmaken
- verhaal
In 2024 gingen maar liefst 23 meesters en hun leerlingen samen aan de slag. Zij kregen een beurs voor het doorgeven van hun vakmanschap in een meester-leerlingtraject. ETWIE begeleidde zeven van deze trajecten in de opmaak van hun aanvraagdossier.
We zijn benieuwd hoe deze trajecten zich nu ontvouwen, welke uitdagingen de leerlingen en meesters tegenkomen en wat hen motiveert om met toewijding aan hun ambacht te werken. De komende twee jaar lopen we langs in de zeven ateliers.
Een eerste bezoek brengt ons bij Ria Dewilde en Ayla Willaert. Ria is een ervaren modiste of hoedenmaker met haar eigen hoedenwinkel en atelier. Ayla, de dochter van Ria, deelt niet alleen haar verjaardag met haar mama, maar ook haar passie voor mode, textiel én hoeden. Samen gaan ze gedurende anderhalf jaar aan de slag om het ambacht van modiste aan te leren, een avontuur vol creativiteit en zin voor erfgoed.
Ria volgde na haar opleiding plastische opvoeding ook textiel en mode, tot ze in Roeselare belandde in een opleiding tot hoedenmaker. Nog voor ze was afgestudeerd, startte ze al haar hoedenwinkel Sjapoo in het gezellige Sluizeken in Gent. Die passie voor textiel en hoeden gaf ze door aan haar dochter.
Opgegroeid tussen de stoffen en mallen in het gezellige atelier, koesterde Ayla al op jonge leeftijd dezelfde passie voor creativiteit als haar moeder. “Ik rolde eerst in de beeldende kunsten, maar de roep naar textiel en naar accessoires was te groot. Een hoed brengt alles samen: het kunstzinnige, het modieuze aspect, de voeling met textiel en de openheid naar verschillende sectoren zoals mode, theater en film”. Voor Ayla is het niet alleen een ambacht, maar een vorm van expressie en innovatie.
Via de kronkelende straten van Gent gingen ze aan de start van hun meester-leerlingtraject naar Chazelles-sur-Lyon, een ware hoedenstad. Daar doken ze in de chapellerie, legt Ayla uit, het ambacht dat de grondstoffen levert waarvan hoeden gemaakt worden. Een chapellier maakt de ‘cônes’, vilten stoffen die in klokvorm worden gemodelleerd, een soort grote feesthoed precies.
Een modist(e) begint wanneer die cône al gemaakt is: het vilt wordt over een hoedenmal getrokken met stoom en gevormd tot een hoed. Maar wat zijn die hoedenmallen, vraag ik me af? “Een hoedenmal is een massief houten blok van een bepaald model en met een bepaalde afmeting zoals de omtrek van een hoofd. Er bestaan heel veel verschillende soorten mallen: in één deel, in twee delen, met verschillende maten van het hoofd etc.”.
Naast deze vilten hoeden wijzen Ayla en Ria er ook op dat er nog heel veel andere materialen zijn waaruit hoeden gemaakt worden. Daarom was één van de eerste stappen in hun traject die materialenkennis onder de knie krijgen: stro, panamastro, imitatiepanama, sisal, raffia en dergelijke. “Elk materiaal kent een eigen manier van werken en verwerken: het ene materiaal is rekbaar, het andere minder. Alles heeft mogelijkheden, maar ook beperkingen. Dat maakt het net zo interessant”, vertelt Ria.
Wat Ayla belangrijk vindt, is om te zoeken naar meer ethische en ecologische oplossingen voor sommige grondstoffen of werkmaterialen. Zo zag ze in Chazelles-sur-Lyon een schokkend voorbeeld waar vilt voor een hoed wordt afgewerkt met een haaienvel. Vilt kan op verschillende manieren afgewerkt worden. Om tot een heel zachte en aaibare vilt te komen, wordt het in dit Franse hoedenstadje opgeschuurd met een haaienvel. Dat maakt het heel zacht en bestendig tegen slijtage, maar het proces is natuurlijk niet zo diervriendelijk. Net daar wil Ayla graag oplossingen voor zoeken.
Mensen hebben altijd hoofddeksels gedragen, als bescherming tegen de weerselementen zoals de regen en de zon of als lekker warme hoofdbedekking. Het was ook een statussymbool. “Denk maar aan de farao”, vertelt Ria, “en veel beroepen hadden ook een kenmerkend hoofddeksel.” “Vandaag is het meer een feestelijk accessoire”, gaat Ayla verder, “hoewel ook hier steeds minder mensen zich er echt helemaal voor opkleden. We zien vandaag een heropleving naar hoeden en hoofddeksels die beschermen tegen de zon”.
Ayla beseft dat de hoed een nicheproduct geworden is, dat de grote massa niet meer aanspreekt. Maar dat houdt haar niet tegen om te dromen van een eigen collectie en van samen te werken met de film- en theaterwereld. Daarom is dit traject zo waardevol voor haar: “binnen deze beurs is er plaats voor het innovatieve, het kunstzinnige en het persoonlijke aspect van het vakmanschap. In een reguliere opleiding is veel minder aandacht voor kwaliteit, voor de kneepjes van het vak, voor het alomvattende van het ambacht. Dat is er hier wel, en omdat we elkaar zo goed kennen, kunnen we blindelings op elkaar vertrouwen.”
Ria vult aan: “Met mijn ervaring heb ik de kennis om in te schatten of nieuwe en zotte ideeën kans op slagen hebben. In een opleiding is daar minder plaats voor en bovendien worden soms ook essentiële zaken, zoals het verven van stro, niet onderwezen.”
“Een hoed is geen gemakkelijk accessoire”, legt Ria uit. Als je naar iemand kijkt, dan kijk je naar diens gezicht. Het vraagt veel ervaring en inzicht welke soort hoed er past op iemand zijn gezicht, de hoed bepaalt alles. Ria vertrekt dus altijd vanuit de persoon zelf. “Dat leer je al doende. Zelf ben ik aan het uitbollen wat de winkel betreft, maar ik ben zo blij dat ik mijn kennis en ervaring mag doorgeven aan mijn eigen dochter. Dat is een mooie afsluiting van mijn carrière, hoewel ik zal blijven helpen waar ik kan. Ik weet zeker dat het ambacht in goede en fijne handen is.”
Het enthousiasme straalt ervan af, tijdens het interview. Je kan hun meester-leerlingtraject volgen via hun Instagram, met een heel toepasselijke naam: Hat Head Hat.
Themanetwerken
-
Themanetwerk textielerfgoed
Lees meer