contact
MyEtwie
In de kijker

Van telraam tot zakrekenmachine De geschiedenis van rekenhulpsystemen, verteld aan de hand van de verzameling van drie verzamelaars. In de verzameling van Cris Vande Velde

Gepubliceerd op 20/01/2023
Categorie
Arithmometer_CollectieCrisvandevelde_FotoETWIE
Foto: Detail arithmometer, collectie Cris Vande Velde, foto ETWIE

Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen, logaritmes, sinussen, cosinussen en tangensen. Voor de meesten onder ons roepen deze berekeningen, al dan niet slechte, herinneringen op van op de schoolbanken. Het is weinigen gegeven om al deze berekeningen uit het hoofd te doen. Door de eeuwen heen werden manieren gezocht om het rekenen te vergemakkelijken en om ingewikkelde bewerkingen uit te voeren. Hier verkennen we de evolutie van telraam tot zakrekenmachine. Vandaag deel 2: mechanische rekenmachines uit de verzameling van Cris Vande Velde.

De uitvinding of ontwikkeling van de eerste ‘echte’ rekenmachine wordt toegeschreven aan Wilhelm Schickard in het begin van de 17de eeuw. Een rekenmachine onderscheidt zich van een rekenlat door de overdracht van de decimalen. Een rekenmachine onthoudt de overgang van de tientallen in jouw plaats. Schickard, een Duitse wiskundige, bedacht een ‘rekenklok’ met tandwielen voor de overdracht van de tientallen en maakte gebruik van de Napier-rekenstaafjes voor het vermenigvuldigen. Helaas ging de machine van Schickard verloren in een brand. Briefwisseling, waarin hij de werking van zijn machine schetste en beschreef, werd pas in 1957 teruggevonden.

Schickardmaschine_Herbert Klaeren, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
Foto: Schickard rekenmachine, foto: Herbert Klaeren, cc-by-sa, via Wikimedia Commons

We maken een sprong in de tijd en landen in het begin van de 19de eeuw, wanneer Fransman Thomas de Colmar een rekenmachine ontwikkelt die geldt als de eerste commerciële rekenmachine. Zijn machine werkt op basis van het staffelwalsprincipe. De staffelwals is een tandwiel waarbij de vertanding trapsgewijs verdwijnt. Thomas de Colmar verwerkt deze staffelwalsen in zijn Arithmometer. Vooral banken, verzekeringsmaatschappijen en wetenschappelijke instellingen maken gebruik van deze machines. Door het succes van deze machines, wordt ze na 1887 ook door andere producenten geconstrueerd.

Ongeveer op hetzelfde moment brengt Willgodt T. Odner, een Zweed die in St-Petersburg vreblijft, een nokkenwielrekenmachine op de markt. Zijn machine maakt geen gebruik van staffelwalsen of tandwielen, maar van naast elkaar geplaatste schijven waarop tanden aangebracht zijn. Het voordeel van deze machine is dat hij goedkoper is dan de arithmometer en zal deze op termijn ook verdringen van de commerciële markt.

Staffelwals_fotoPaul-Lakeman_Vantelraamtotmicrocomputer
Foto: Staffelwals, foto B. Paul en K. Lakeman, Van telraam tot micro-computer
Pinwheel_fotoPaul-Lakeman_Vantelraamtotmicrocomputer
Foto: Pinwheel, foto B. Paul en K. Lakeman, Van telraam tot micro-computer

In de verzameling van Cris Vande Velde

Cris is wetenschapper van opleiding en is gespecialiseerd in x-straal kristallografie, een tak van de chemie of fysica waar behoorlijk wat wiskunde bij komt kijken. Van hieruit groeide ook zijn interesse om te weten hoe men in het verleden ingewikkelde berekeningen deed.

crisvandevelde_fotoEtwie
Foto: Cris Van De Velde, verzamelaar van rekenhulpmiddelen.

Cris verzamelt vooral niet-elektrische rekenmachines die kunnen optrekken, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Ook hij begon ooit met één machine te kopen op een rommelmarkt. Hij stelde ze opnieuw in werking en ging op zoek naar andere machines die de vier bewerkingen konden. Hij ontdekte andere types en systemen, zag variaties en verschillen en voor hij het wist, had hij om en bij de 350 machines. Over het verzamelen zegt hij zelf:

Het is een hersenkronkel die bepaalde mensen bezitten, denk ik. Ik geniet van de schoonheid en functionaliteit van de objecten, en de verschillen ertussen, van technische oplossingen tot het design en ook de andere details zoals oppervlaktebehandeling – van het gepolijste messing en het hout van de zeer vroege machines tot de zwarte glanslak en het nikkel van de latere, tot het chroom en de gekleurde lakken van de jaren ‘40 en ‘50. Hoe groter de variatie, hoe prettiger – en dan verzamel je natuurlijk wel wat machines.

Hoe zeldzamer een machine is, hoe fijner Cris het vindt. Naast de machine zelf, onderzoekt hij ook de werking en de techniek die gebruikt wordt. Hiervoor is het vaak nodig om de machine open te schroeven. Van de buitenzijde of op foto’s kan je vaak niet zien welke functies ingebouwd zijn en hoe een ontwerper een probleem oploste. Daarbij komt dat er weinig tot geen technische literatuur te vinden is voor de machines in Cris’ collectie. Patenten, hoewel niet altijd makkelijk te lezen zonder de machine voor je, zijn ook een bron. Het aantal verzamelaars of personen die nog een achtergrond hebben als bureaumachinemechanieker wordt ook minder. Hier gaat veel kennis verloren.

Op de vraag wat zijn bijzonderste machine is, is het moeilijk antwoorden. Toch kiest hij voor de Brunsviga G, ‘een draak van een machine’ die in 1908 maar in ongeveer 100 exemplaren gemaakt is. Er is er nog één andere bij een Duitse verzamelaar, en één in een museum. Brunsviga heeft echt alle snufjes die state of the art waren in 1908 erin verwerkt, en daarna vastgesteld dat niemand daarvoor wilde betalen.

Volledig is een verzameling nooit. De machines die nog ontbreken in zijn collectie zijn naderhand onbetaalbaar. Geen machine, maar wat hij wel nog graag in zijn collectie wil opnemen zijn Beever Lison Strips. Dit is een rekenhulpmiddel voor het maken van sommen van sinussen en cosinussen, waarmee je met de hand fourier-transformaties kan doen – erg belangrijk voor kristallografische berekeningen. Het ziet eruit als twee houten dozen vol dunne papieren stripjes, en er zijn er ongeveer een 100 tot 150 gemaakt en verdeeld over universiteiten in de jaren ‘20 en ‘30. De kans dat er iemand zo twee van die dozen op zolder heeft staan is dus helaas relatief beperkt. Er bevinden zich gelukkig wel een aantal exemplaren in universiteitsmusea.

BrunsvigaG_crisvandevelde
Foto: Brunsviga G, collectie Cris Vande Velde
arithmometer_CollectieCrisvandevelde_FotoETWIE2
Foto: Detail arithmometer, collectie Cris Vande Velde, foto ETWIE
sorensenaritmometer_collectieCrisvandevelde_fotoETWIE2
Foto: Arithmometer Sorensen, collectie Cris Vande Velde, foto ETWIE
archimedes_collectieCrisvandevelde_fotoETWIE
Foto: Rekenmachine Archimedes, collectie Cris Vande Velde, foto ETWIE
sorensenaritmometer_collectieCrisvandevelde_fotoETWIE
Foto: Detail Sorensen aritmometer, collectie Cris Vande Velde, foto ETWIE
pinwheel_crisvandevelde_FotoETWIE
Foto: Pinwheel, collectie Cris Vande Velde, foto ETWIE
arithmometer_CollectieCrisvandevelde_FotoETWIE3
Foto: Arithmometer, collectie Cris Vande Velde, foto ETWIE

De verzameling van Cris in beeld

Vlaanderen kent een groot aantal privéverzamelaars, waaronder een aantal verzamelaars van rekenhulpmiddelen en -machines. Zij zijn bij uitstek de personen met de grootste technische kennis over de werking van deze objecten en hun geschiedenis. De meeste kennis vind je immers terug bij zij die gepassioneerd bezig zijn met het erfgoed. De kennis van deze verzamelaars willen we in beeld brengen en borgen voor de toekomst.

In een reportage brengen Serge Devidts, Dirk Standaert en Cris Van De Velde, drie verzamelaars van rekenhulpmiddelen, de historische stukken weer tot leven. Ze brengen hun meest markante stukken voor het voetlicht en vertellen ook waarom ze verzamelen, welk aspect van het rekenen hun aantrekt en hoe ze hun technische kennis vergaren.

Benieuwd naar de collectie van Cris Vande Velde?

Neem dan zeker een kijkje op zijn website!