contact
MyEtwie
In de kijker

Op zoek naar de Belgische asbestmijn

Gepubliceerd op 19/02/2021
Categorie
Op zoek naar de Belgische asbestmijn
Foto: Asbestmijn Quebec Canada

In het kader van ons huidige project rond asbest en erfgoed delen we regelmatig verhalen die dieper ingaan op vergeten of onderbelichte aspecten van het asbesterfgoed in ons land.

Het vorige artikel Asbest in 1900 ging over de opstartende industrie van rubber- en asbesttoepassingen in België. De korte maar intrigerende verwijzing naar een mogelijke asbestmijn in de Lage Landen wordt in dit verhaal verder uitgediept.

Bij het historisch onderzoek naar asbest in België blijken verschillende encyclopedieën uit de 18e eeuw tot onze verbazing te verwijzen naar een Belgische asbestmijn. Volgens de opeenvolgende beschrijvingen zou de asbestmijn te situeren zijn in de buurt van Namen. Naast de Belgische mijn worden ook tal van andere Europese asbestmijnen vermeld: Eisfeld Thüringen Duitsland, Aberdeen Schotland, Montauban Frankrijk, Puglia Italië en Corsica. De aangehaalde buitenlandse mijnen zijn inderdaad locaties waar ooit asbest werd ontgonnen. Een onbekende 18e-eeuwse asbestmijn in België lijkt plots plausibel…

Verder onderzoek in de literatuur brengt ons terug tot de eerste bron waar de Naamse asbestmijn wordt vermeld. In een heruitgave van een Latijns traktaat (1657) van mineraloog Georgius Agricola wordt ‘Belgica ad Namurum’ aangehaald als mogelijke vindplaats voor asbest. In dezelfde paragraaf maakt Agricola een verwijzing naar aluin.Nochtans is de mineralogische classificatie en samenstelling van asbest en aluin zodanig verschillend dat het enigszins bizar lijkt dat beide mineralen worden verward.

In Asbest in der Vormoderne (p.134) van Jan Ulrich Büttner, wordt de verwarring van asbest met aluin verduidelijkt. Een Duitse tijdgenoot van Agricola, Christoph Entzelt vertaalt zowel ‘alumen plumosum’ (pluimvormige aluin) en ‘amianthus ’ als 'Federweiss'. De vergissing van Entzelt is weliswaar begrijpelijk aangezien de pluim-aluin (halotrichiet) gelijkaardige visuele kenmerken vertoont met de donzige kristallijne structuur van asbest. Maar los van deze gelijkenis hebben beide mineralen een totaal verschillende samenstelling.Pas in de 19e eeuw bij een voortschrijdend inzicht in de chemie wordt het onderscheid tussen aluin en asbest duidelijk. In tegenstelling tot aluin (dubbelzout van sulfaten) behoort asbest tot de groep van silicaten en heeft de eigenschap te versplinteren in micro-vezels (circa 0.1 µm) waardoor deze vezels tot diep in de longen kunnen doordringen. Het is intussen meer dan voldoende aangetoond dat asbestvezels bij het inademen longkanker (of longvlieskanker) kunnen veroorzaken. Wat niet het geval is bij aluin.

Foto: Halotrichiet - Chrysotiel (witte asbest) - site : https://www.mindat.org/

Terug naar de Belgische asbestmijn.
De ontginning en verwerking van aluin in België gebeurt sinds de tweede helft van de 16e eeuw in de regio tussen Luik en Namen aan de oevers van de Maas.

Foto: Aluin mijnen Luik - http://www.chokier.com/FILES/INDUSTRIE/Mines_Alun-Liege-Baillet.html

Voorlopig concluderen we dat de Belgische asbestmijn eerder door een verkeerde classificatie van beide mineralen en het telkens overnemen van de vermelding uit voorgaande bronnen duidt op een aluin-groeve in de streek van Namen in de Lage Landen en geen asbestmijn…